Er lijkt een belangrijk verband te bestaan tussen het hergebruik van leegstaande gebouwen en de groei van de creatieve economie. Waarom wil de creatieve economie zo graag in oude en leegstaande gebouwen zitten, wat is er zo interessant aan?

Het is vanzelfsprekend dat een opkomende economie, met veel kleine bedrijvigheid waar geen hoge huren betaald kunnen worden op zoek gaat naar goedkope en leegstaande ruimte.

De creatieve bedrijvigheid is vrijwel nooit op zoek naar een saai gebouw in een nietszeggende omgeving. Maar ook de gebouwen die we nu saai vinden zijn ooit door ontwikkelaars neergezet met het idee dat men iets bijzonders aan het maken was.

Het verhaal dat bij een product hoort vormt een van de belangrijke pijlers in de creatieve economie. Het is niet gemakkelijk om aan saaie nietszeggende gebouwen in een kunstmatige omgeving een verhaal toe te voegen. Het verhaal dat bij oude gebouwen hoort, legt juist een verbinding met het verleden. Dat levert onmiddellijk identiteit op. En een omgeving met een verhaal spreekt creatieve bedrijven eerder aan. De voorkeur van de creatieve economie voor kerken, kazernes en industriële kathedralen wordt hierdoor voor een groot deel verklaard.

Het voordeel dat een oude fabriek heeft, is het voordeel van het verhaal, zo’n plek vraagt erom gebruikt te worden. De permanente onafheid, die spreekt de creatieve ondernemers maar ook het grote publiek enorm aan. Het kan op zo’n plek daardoor spannend zijn. Met buitenlandse gasten ga ik na een bezoek aan de Westergasfabriek altijd graag even naar de NDSM om te laten zien dat we ook iets zijn kwijt geraakt: de oorspronkelijke ruwheid van de Westergasfabriek is na de gehele reconstructie toch wel verdwenen.