Infrastructuur
Voormalige industriële locaties worden vaak omringd door een overmaat aan infrastructuur. Voor de industriële toepassing was dat juist nodig. De industrie kon zich er vestigen vanwege de optimale bereikbaarheid over water, per spoor, of aan de autoweg.
Die overmaat aan infrastructuur heeft grote gevolgen wanner men deze industriele locaties wil hergebruiken. Het is juist vaak moeilijk om er te komen, men moet nieuwe bruggen bouwen, er moeten extra haltes komen, nieuwe op en afritten, er moeten muren worden afgebroken, hekken worden weggehaald. Maar het gedeeltelijke isolement bepaalt ook vaak het bijzondere karakter van de plek. Het zorgt er juist voor dat het er anders mag en kan zijn.

Ook modernere bedrijfsterreinen hebben te maken met dit soort problemen. Ze zijn vaak goed met de auto bereikbaar maar wil men er een nieuwe bestemming aangeven dan moet er vaak eerst nieuwe en andersoortige infrastructuur worden aangebracht.

Kijk naar steden als Belfast, Bilbao, Londen, Essen. Voor dat hier de nieuwe cultuur op gang kon komen moest er enorm geinvesteerd worden in nieuwe infrastructuur. Bij voorbeeld de Emscher regio geeft een belangrijk voorbeeld. De regio kenmerkt zich door het grote aantal autosnelwegen, kanalen, spoorlijnen. Deze compleet nieuwe stad werd voor de industrie aangelegd omdat de steenkool hier vrijwel voor het oprapen lag terwijl men er vanuit alle windrichtingen goed kon komen.

Een strategie die bij de herontwikkeling gevolgd werd was het ontsluiten van het gebied voor de wandelaar en de fietser. Het is soms juist de geïsoleerde ligging die dit soort plekken ook een eigen karakter en een bijzondere uitstraling geeft. Het kan daardoor een plek in de stad zijn waar men speciaal naar toe moet gaan. Dat biedt belangrijke aanknopingspunten voor de toekomstige invulling.