|
|
Erfgoed De industriële economie vertrekt razend snel uit de westerse wereld. Industriële productie wordt voor een gedeelte geautomatiseerd en voor een ander deel verplaatst naar landen waar veel goedkopere arbeid beschikbaar is. Hierdoor ontstaat er in de steden in de (voormalige) geïndustrialiseerde wereld een groot aanbod aan lege fabriekspanden. Steden met een gemengde economie hebben het wat gemakkelijker, de klappen van het vertrek van een deel van de economie zijn hier beter op te vangen. Vooral in steden en regio’s met een hoofdzakelijk industriële basis zijn forse ingrepen noodzakelijk. Omdat deze ontwikkeling zich op sommige plekken al in de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft ingezet is er ondertussen een ruime hoeveelheid aan ervaringen beschikbaar. Het aanbod aan ruimte wordt dus vooral bepaald door wat de oude economie achterlaat. We hebben het dan over de lege fabriekspanden, de verontreinigde terreinen achter hekken of muren. Maar het zijn niet alleen de gebouwen van de industrie waar we naar moeten kijken.
|
|
|
|
Hergebruik Het hergebruiken van terreinen en gebouwen is in Nederland vrij normaal. De pakhuizen op de Amsterdamse grachten bij voorbeeld staan er nog steeds maar werden destijds voor een heel ander doel gebouwd. Vandaag de dag is het niet alleen het industriële erfgoed wat om een nieuwe invulling vraagt. Er komt overal ruimte beschikbaar. Het kunnen gebouwen en gebieden zijn, midden in de stad, of in het midden van nergens, die om wat voor reden dan ook beschikbaar komen. Het kan gaan om historisch erfgoed zoals kastelen en forten. Het kan religieus erfgoed zijn, militair erfgoed of van nog recentere datum: leegstaande kantoren. En het houdt niet op bij een gebouw. Er komt steeds meer aandacht voor gebiedsontwikkeling, ook bij de herontwikkeling van grotere industriële complexen. Er moet dan niet alleen een nieuwe functie voor het gebouw worden gezocht, maar ook voor de openbare ruimte er omheen. De kwaliteit van de herinrichting van de openbare ruimte speelt daarbij een belangrijke rol. De industrie is voor een groot gedeelte uit onze omgeving vertrokken. Maar bijna ongemerkt is op veel plaatsen een nieuwe economie op gang gekomen. Deze post industriële economie die nu ook creatieve economie genoemd wordt is aan een explosieve groei bezig. Het lijkt er op dat deze nieuwe bedrijvigheid perfect past in de ruimte die is achtergelaten door de oude economie. Hierdoor zijn er prachtige projecten ontstaan. Maar heeft de creatieve economie deze oude gebouwen echt nodig? Of is het gewoon toeval? Vestigt de nieuwe economische activiteit zich niet gewoon daar waar het goedkoop is? Want aan wat voor eisen moet ruimte eigenlijk voldoen om geschikt te zijn voor de nieuwe bedrijfsmatige activiteiten van onze tijd? Om beter te weten wie de vragende partij eigenlijk is en wat voor eisen deze stelt aan ruimte is het belangrijk om te onderzoeken om wat voor bedrijvigheid het gaat en wat de ontwikkelingen daarin zijn. Maar er is natuurlijk ook het aanbod. De stad dat is ruimte, gebouwen, werkplekken, wonen, openbare ruimte, ontmoeten. Er is ruimte genoeg. Maar er is vaak niet genoeg ruimte die als vanzelfsprekend en onmiddellijk gebruikt kan worden. Wat moet er op gebeuren om de creatieve economie aan te trekken? Is het genoeg om een mooi project neer te zetten of komt er veel meer bij kijken en moet ook de hele omgeving mee veranderen? En wat kunnen we daarbij leren van succesvolle projecten?
|
|