|
|
In een column die Waldemar Herngreen in 1999 schreef in Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening gaat hij op een originele manier in op de manier waarop mensen, zoals hij dat uitdrukt, hun weg proberen te vinden in ‘de mist van tijd en ruimte’ die het leven heet. ‘De wereld is duizend raadsels, duizend verhalen, duizend halve oplossingen. Wat doe je dan als mens?’ zo vraagt Herngreen zich af. Hij beantwoord deze vraag door een onderscheid te maken tussen de manier van leven van het land, de kazerne en de stad.
|
|
|
|
Het land, de stad en de kazerne
Al sinds Adam, Eva en de Slang valt er aan de wereld geen touw meer vast te knopen. Van alle dingen die er zijn kun je er maar een paar waarnemen, niet iedereen neemt van de dingen die er zijn dezelfde dingen waar, mensen nemen dingen waar die pas bestaan doordat ze ze waarnemen, mensen kunnen aan waarnemingen duizend verschillende namen en betekenissen geven en ze op duizend verschillende manieren met elkaar verbinden. De wereld is duizend raadsels, duizend verhalen, duizend halve oplossingen. Wat doe je dan als mens? Al sinds Adam, Eva en de Slang zoeken de mensen op drie archetypische manieren hun weg door de mist van tijd en ruimte. De manier van het land, die van de kazerne en die van de stad.
Bij de manier van het land gaat het om overleven in een wereld vol gevaar. Uit je ooghoeken zie je de demonen, maar zodra je je blik er echt op richt zie je niets meer. Maar je weet dat ze kunnen toeslaan. De wereld is gecompliceerd en raadselachtig, een mysterie, maar prettig is dat niet. Raadsels horen tot het lot, tot de natuur. Je moet de natuur bezweren met rituelen, met totempalen en dodendansen, met heiligdommen, en maar hopen dat het helpt. Woorden, betekenissen, symbolen, verwijzen naar ongrijpbare, dreigende realiteiten. Om te kunnen overleven moet je uit de omgeving, uit de natuur wel verwijderen wat je overleving in de weg staat, maar je weet nooit of het wel goed gaat, of de 'natuur niet terugslaat. Zo zijn nut en gevaar elkaars gijzelaars. Als mensen moet je vooral bij elkaar blijven, één organische groep die zich angstig en eerbiedig een altijd maar weer tijdelijke voorsprong bevecht op het noodlot. Dat is de behoedzame, vaak achterdochtige manier van het land, die ook de manier is van veel milieuorganisaties.
De tweede manier is die van de kazerne. Het gevaar wordt bezworen met eenduidige kennis. Betekenis en functie zijn één. Wat je niet met gerichte blik kunt zien bestaat niet, mag niet bestaan. Raadsels zijn er om te worden opgelost. De wereld is één dimensionaal bestaat uit bekende gegevens, heldere doelstellingen en beproefde technieken. Veelduidigheid is gevaarlijke onzin. De ruimtelijke omgeving is een geheel van precies te definiëren productiemiddelen en even precies te omschrijven ecologische, cultuurhistorische en recreatieve doelstellingen, verbonden met concrete, gecatalogiseerde elementen. Als je die in stand houdt, is het landschap in en op orde. Zo denkt de kazerne, zo denkt het kantoor, zo denkt het management, zo denken de meeste bestuurders, ambtenaren en consultants die ruimtelijke plannen maken. We kunnen niet zonder de kazerne, anders deed het licht het niet meer en liep het land onder water. Maar we moeten oppassen dat we de kazerne niet alleen de voorwaarden voor het echte leven laten invullen, maar ook het echte leven zelf.
De derde manier om om te gaan met de raadsels van het bestaan is die van de stad. De stad erkent de dingen die je alleen uit je ooghoeken kunt zien, maar die vormen geen bedreigingen, maar kansen en verrijkingen. In raadsels en veelduidigheid, in verhalen en gedichten, in kunst en spel komt het menselijk bestaan pas werkelijk tot zijn recht. Zo gaat de stad om met de raadselachtigheid van de wereld, met de verhalen van de stad zelf met die van het land en met die uit de kazerne. Alleen de stad kan spelen. Alleen de stad waardeert wat niet rechtstreeks verbonden is met overleven, met bezwering en met heldere doelen. De stad houdt, op zijn Gronings gezegd, van 'om toch'. Daarom is de stad ook de enige cultuur die waarde hecht aan elementen en structuren in het landschap die niet rechtstreeks productief zijn en niet voorkomen in de catalogussen van ecologen en cultuurhistorici. Aan rafels, aan kleine aanhechtingspunten voor herinnering, aan lievelingsplekken. Het land, de kazerne en de stad zijn van alle tijden en van overal, ook al proberen Doorknopers met een kazernegeest voortdurend ons wijs te maken dat er zulke dingen bestaan als de tijdgeest en de volksaard, en dat je stedelijke cultuur alleen vindt waar heel veel huizen bij elkaar staan (de morfologische stad) en landelijke cultuur alleen op het morfologische platteland. Niets is minder waar. Net zoals het land' altijd en overal ook in de stad is, zoals er tot in de grootste steden kleine, gesloten gemeenschappen bestaan, zoals er stammen leven in New York en er zwarte kousendorpen bestaan in Rotterdam, zo is ook altijd en overal de stad in het land.
|
|